Een kleine satire

Gisteren, 29 maart 2021, verscheen er een bericht in HLN: “Politie legt barbecue met 10 personen stil, één aanwezige (21) krijgt enkelband: “Hij gaf de inspecteurs rake klappen””. Het bericht op zich is absoluut niet grappig. De combinatie van de soms absurde maatregelen waarin we nu gevangen zitten en de politieke actualiteit leverden inspiratie voor deze kleine satire. Met dank aan Mario van de Vorst voor de eerste twee zinnen.

Baaldag of laaddag?

Heb je soms zin om een dagje foert te zeggen tegen werk en verplichtingen? De Nederlanders hebben daar het woord “baaldag” voor bedacht. Een baaldag is volgens Van Dale: ” Een dag waarop iemand geen zin heeft om te werken”. Vrij vertaald: je bent niet ziek, maar je hebt gewoon geen zin om naar je werk te gaan.

Een baaldag hoeft echter niet werkgerelateerd te zijn. Ook wie niet buitenshuis werkt heeft soms gewoon geen zin in een productief dagje. Ook wie gepensioneerd is, heeft soms gewoon geen zin in de dag die komt.

Accepteer op zulke dagen dat het eens wat minder goed gaat. Niemand is perfect. Tracht niet krampachtig te streven naar je goed voelen, want dan ga je je meestal nog slechter voelen.
Wees op zo een dag niet te streng voor jezelf en bekijk jezelf met mildheid. Wat zou je zeggen tegen een vriend/vriendin die zich een dagje niet goed voelt? Zou je zeggen: “Stop met zagen?” Tegen iemand anders zou je waarschijnlijk zeggen: “Doe het vandaag gewoon even rustig aan. Niets moet.” Zeg dat ook tegen jezelf op zo een dag.

Overweeg eens om van een baaldag een “laaddag” te maken. Een dag waarop je ongegeneerd je mentale batterijen kunt opladen.

Laaddag!

Doe tijdens een laaddag aan zelfzorg. In plaats van je schuldig te voelen omdat je niets “presteert”, geniet er eens van om jezelf op de eerste plaats te zetten.

Zelfzorgtips voor op een baaldag:

  • Maak tijd voor 3 hoofdmaaltijden. Zo krijg je weer energie om uit je dipje te geraken.
    Geen zin om te koken: bestel zonder schuldgevoel eens take away.
  • Neem de tijd voor een ontspannend waterritueel. Ga lekker in bad of onder de douche.
  • In niet-Corona tijden kun je een dagje wellness boeken.
  • Creëer thuis je eigen welllness: vernevel wat etherische olie in huis. Daar word je ontspannen en vrolijk van!
    Tip: bestel eens een etherische olie van eigen bodem. Bij Netelvuur in Oostwinkel vind je biologisch geteelde planten die na de oogst gedistilleerd worden op het bedrijf zelf. Ze hebben ook een webshop. Weet je niet wat te kiezen? Christel vertelt je gepassiondeerd alles over de verschillende geuren.
  • Doe een extra dutje in de namiddag.   
  • Laat je mailbox en gsm links liggen. Jij bent er even niet!                             

Nog wat tips om een baaldag door te komen:

  • Lees een stukje in een boek.
  • Schrijf zelf iets. Je gedachten van je afschrijven lucht vaak op.
  • Blader in een leuk woontijdschrift en doe tips op voor je eigen stekje.
  • Ruim iets op: vaak geeft fysiek opruimen ook een opgeruimd hoofd.

Leiden en lijden: dit was 2020

Deze foto vat voor mij het afgelopen jaar samen.
Het leek alsof we in een bootje op de oceaan ronddobberden met tientallen kapiteins. We konden alle richtingen uit, maar wat was de beste koers? We hadden altijd geloofd in de wetenschap. We hadden simpele dingen als het kompas al overboord gegooid in ruil voor evidence based wetenschap en technologie.

De kapiteins geraakten het echter niet eens. Terug naar trial and error, tegen beter weten in.
Als er dan een koers uitgezet werd, lag die vaak op ramkoers met onze fundamentele rechten en vrijheden.

Het was een jaar van missen en gemist worden. Zoals Nico Dijkshoorn op 18 december verwoordde in zijn gesproken column op Radio 1: “Ik realiseer mij zojuist dat ik dit jaar de pakketjesbezorger meer heb gezien dan mijn kinderen.”

Zelfs het woord van het jaar “knuffelcontact” heeft een wrange bijsmaak. Het woord werd gelanceerd door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) tijdens een interview met Linda De Win voor Villa Politica. Vandenbroucke geeft het woord een positieve connotatie: “Ook het woord knuffelen zelf, is al een heerlijk woord. Elke letter staat daar goed. Knuffelen, dat is liefde, dat is plezier, dat is ook elkaar troosten.”

Knuffelcontact verdient geen plaats in de galerij van opbeurende of motiverende woorden. Het toont immers pijnlijk aan waar het dit jaar om draaide. Slechts met 1 persoon mag je een warm, innig contact hebben. Alle andere momenten waar behoefte is aan diep menselijk contact zijn gevaarlijk en dus verboden.

Zoals elk jaar schrijf ik in december een traditionele niewjaarswens. Vorig jaar klonk die zo:

Volgende week publiceer ik mijn poëtisch afscheid van 2020.

Down tijdens de lockdown

Down tijdens de lockdown

Sedert de uitbraak van het Corona-virus is onze wereld flink dooreengeschud. De beelden uit de ziekenhuizen waren hallucinant. We waren getuige van schrijnende taferelen. De noodkreten van bejaarden die alleen thuis waren en waar de reguliere ondersteuning wegviel. Kinderen, adolescenten en oudere mensen die in een of andere opvang hun thuis hebben en die maandenlang zonder familiebezoek bleven.
Wie stierf in een ziekenhuis kon geen afscheid nemen van zijn geliefden. Begrafenissen werden nog treuriger doordat geen enkele vorm van fysiek contact toegelaten was. Geen oprechte troostknuffel, maar enkel een troostende blik op anderhalve meter.

Door de Corona-pandemie werd in ons land de noodtoestand afgeroepen. Die leidde vanaf 13 maart tot een lockdown. Vanaf dat moment was er de constante dreiging van een onbekende vijand. De enige remedie was afstand houden. Sociaal contact werd ingeperkt om verdere verspreiding van het virus te vermijden. Een afstand van minder dan anderhalve meter betekende gevaar. Je kind, echtgenoot, buurman, collega kon de vijand zijn, want die kon het virus overbrengen. Ik schreef er toen een haiku over.

Het was een verwarrende periode, want om de haverklap veranderde de overheid de spelregels om het virus te verslaan. Deze periode was geen toppunt van goed bestuur. Veel beslissingen van hogerhand waren ronduit onacceptabel: mensen werden beboet omdat ze op een bankje uitrustten. Het concept essentiële verplaatsing leek door de (r)overheid in het leven geroepen om boetes uit te delen, niet om de sensibiliseren.

Gelukkig was er de lente. Het was een lente zonder mensen op terrasjes of zomeravonden vol live muziek. De lange, zonnige dagen brachten wel hoop. Na enkele maanden zagen we licht aan het einde van de tunnel, want er kwamen versoepelingen. De scholen gingen weer open. Je mocht meer mensen zien. Niet-essentiële verplaatsingen werden weer toegestaan. Weliswaar met mondmasker, maar we waren bereid om een deel van onze vrijheid op te offeren om erger te voorkomen. En er was de hoop dat er een vaccin zou komen tegen de komende winter.

En zie waar we nu staan: op 2 november 2020 startte de tweede lockdown. En komt het besef dat dit wel eens het begin van een reeks lockdowns zou kunnen betekenen.

Met de herfst is bovendien de somberheid van de donkere dagen binnengeslopen. Het najaar is traditioneel voor veel mensen een mentaal zware tijd door een gebrek aan zonlicht. De lockdown kan dit gevoel versterken. Je gaat best af en toe op zoek naar kleine gelukjes die het leven wat extra glans geven. Ik schreef daarover al een blog.

Meer dan ooit hebben we behoefte aan licht en lichtheid in ons bestaan. Zelf heb ik alvast wat extra lichtjes opgehangen in huis. Om de donkerte geen kans te geven.

Mag ik een warme oproep doen om licht te maken in deze donkere dagen? Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk door zelf een lichtje te zijn voor iemand anders. Om een luisterend oor te zijn voor wie het moeilijk heeft.
En spreken we ook af dat wie het moeilijk heeft ook durft uit te spreken dat het minder gaat? Is er niemand in de buurt en heb je behoefte om te praten? Aarzel niet om dag en nacht anoniem te bellen of te chatten met iemand van Tele-onthaal (106) of de Zelfmoordlijn (1813).

We kunnen niets anders doen dan hopen dat ons leven ooit weer normaal wordt. Zelfs als alle indicatoren op rood staan en als we de moed dreigen te verliezen dan nog moeten we blijven hopen.

Om het met de woorden van Vicor Hugo te zeggen:

Hoop op morgen, en dan weer op morgen, steeds op morgen! Laat ons in de toekomst geloven.

Gedachte: geluk op vrijdag

Tijdens deze tweede lockdown is het nodig om af en toe kleine gelukjes te zoeken. Er valt immers weinig te beleven: geen live muziek of theater, geen bezoekjes, geen etentjes met vrienden, …

Op een zonnige vrijdag besloot ik om een uitstap te maken. Ik nam midden op de dag de trein naar Gent (Coronaproof – want nauwelijks volk op de trein op dat ogenblik), wandelde via een tussenstop naar de Groentenmarkt in Gent en liet er een potje mosterd opvullen bij Tierenteyn. Over mosterd schrijf ik binnenkort een blogbericht.

Deze heerlijke dag leverde mij het volgende op:

  • een rustige treinrit met tijd om een boek te lezen
  • een potje lekkere mosterd
  • gratis vitamine D
  • mooie beelden van de herfst in de stad
  • een portie lichaamsbeweging (een wandeling van 9 kilometer)
  • inspiratie voor een fast food recept. ’s Avonds kwam ik thuis. Ik had geen avondeten voorzien. Toch slaagde ik er in om in minder dan 20 minuten een warme maaltijd op tafel te zetten. Hoe ik dat deed, lees je in een volgend blogbericht.

Haiku 11 november

Tijdens de novembermaand herdenken we onze overledenen.
Vandaag, op 11 november, herdenken we het einde van de eerste wereldoorlog. Tijdens de oorlog van 1914-1918 stierven ongeveer 9 miljoen militairen. Er vielen uiteraard ook veel burgerslachtoffers.

Vooral in de Westhoek vinden we zichtbare getuigen van deze oorlog. Er liggen honderdduizenden soldaten begraven op oorlogskerkhoven. De Britse overheid verkoos om de gesneuvelde Britse militairen niet te repatriëren, maar te begraven op Belgisch grondgebied. De Commonwealth War Graces Commission staat in voor het onderhoud van deze begraafplaatsen. Ze bepaalde dat de grafstenen permanent en duurbaar moeten zijn, dat ze uniform moeten zijn en dat er geen onderscheid gemaakt mag worden naar rang of stand.

Bladeren van goud – 3 v.C*

“Bladeren van goud” van de Belgische groep Buurman leverde de openingszin voor deze haiku. Tijdens het schrijven overviel me de heimwee naar een normale wereld voor Corona (v.C). Toen kon je nog je arm om iemand heen slaan bij een toevallige ontmoeting. Er was nog geen sprake van afstand houden of mondmaskers.

Poseren voor de foto. Toen kon het nog.

Op 25 oktober 2019 speelde Geert Verdickt van Buurman een wondermooie akoestische set in Geraardsbergen. Hij stelde er zijn nieuwe cd Einzelgänger voor. Hij speelde tijdens dat concert ook het nummer “Bladeren van goud”. Een maand later, op 24 november 2019, had ik voor het hele gezin kaartjes gekocht voor dezelfde set in Zottegem. Ik dacht nog: “Wat een overdaad. Twee keer hetzelfde concert zo kort na mekaar. Wie weet speelt Geert ook op de Gentse Feesten 2020. Misschien beter om tot dan te wachten.”

En toen kwam 2020 en niets liet vermoeden dat een nieuwe tijdrekening startte met een cesuur voor en na Corona. Een breuklijn tussen spontane nabijheid en verplichte afstand.

Wat ben ik nu blij dat ik in oktober en november 2020 twee keer hetzelfde concert bijwoonde. En daardoor af en toe in mijn hoofd kan terugreizen naar een wereld voor Corona.
Een wereld waar je spontaan oude bekenden kon knuffelelen en kon napraten na een concert.

*3 v.C: “Bladeren van goud” staat op de cd “Dans en Dwaal” van 2017. Vandaar de notatie 3 v.C of 3 jaar voor Corona.

Na Corona

Rond nieuwjaar doken de eerste berichten over Corona op. Door een nieuw virus sloot de Chinese overheid mensen op in hun huizen. Wat er gebeurde in  het oosten was ver van ons bed; we lieten er onze slaap niet voor. In ons land kabbelde het leven gezapig voort. De winter was niet te streng geweest en we keken al uit naar de lente.

De eerste Belgische patiënt met Corona, een reiziger uit China,  bleek geen ziekteverschijnselen  te vertonen. Wat eerst nog leek mee te vallen, eindigde snel in een ware nachtmerrie. Na de terugkeer eind februari van skitoeristen uit besmette gebieden ging de doos van Pandora open. Ook bij ons stierven nu mensen aan het virus. De taferelen uit de (buitenslandse) ziekenhuizen waren apocalyptisch. 

Na  13 maart was ons land in een staat van oorlog tegen een onzichtbare vijand. Politici en wetenschappers zagen maar één manier om de vijand te verslaan: het openbare en economische leven totaal stilleggen.

We stonden stil en het werd stil. Even voordien had de zon terrastafeltjes buiten laten zetten. Mensen genoten van/in het zonnetje.
De uitbundigheid van de lente werd in de kiem gesmoord. Terrastafels die amper geproefd hadden van de eerste zonnestralen werden achter slot en grendel gezet.

Ons territorium kromp van de wereld tot onze huiskamer. Huiskamers werden multifunctioneel:  een mengeling van coworking plaats, vergaderruimte, leslokaal, virtuele bar voor vrienden en familie.

Doordat veel plannen in het water vielen, brachten we veel tijd door met onszelf. En dan werd al eens een balans opgemaakt van het leven voor en na Corona. Vaak was daar de prangende vraag: “Willen we terug naar het leven voor Corona?”.

Tijdens Corona keerden we terug naar de basisbehoeften. De meesten onder ons snakten naar simpele dingen. Het verlangen om eens binnen te springen bij (klein)kinderen, vrienden of familie. We namen tijd voor een rustig ontbijt met onze kinderen in plaats van snel iets te eten in de auto tijdens de ochtendfile. We kookten lekkere maaltijden samen met onze kinderen.

We genoten van de verbondenheid met anderen. Er ontstonden talloze mooie initiatieven: artiesten gaven online optredens, buren organiseerden aperitiefmomenten op de oprit, mensen praatten spontaan met onbekende wandelaars, kinderen maakten vlaggen voor de helden in de zorg.

De Corona-crisis was voor velen een brutale confrontatie met de eindigheid van het leven. Het gevoel dat het leven maakbaar is kreeg een fikse knauw. We hadden net als Icarus het gevoel dat alles kon.  We vliegen naar de maan en terug. Elon Musk lanceert een satelliettrein. Er staat geen limiet op de vooruitgang in de technologie.

De vooruitgang zorgde ook voor materiële welvaart. De meeste westerlingen leven in een comfortabele materiële situatie. De bomen reiken tot aan de hemel: een weekendje New York, een goedkoop vliegtuigticket voor een city trip. Het is zo vanzelfsprekend. We belonen onszelf graag, want we werken er immers hard genoeg voor.

Nu de situatie enigszins onder controle is, ruimen we de puinhoop die Corona gemaakt heeft. Onze huizen zijn overeind gebleven, maar de fundamenten onder ons bestaan zijn onderuit gehaald. Gelukkig bleef net als bij Pandora de hoop over. Hoop dat dit zou voorbijgaan.

Corona heeft veel verdriet gebracht. Nu het post-Corona leven opstart, begint voor sommigen pas het rouwen om de overledenen.

Wie geen doden te betreuren heeft, stelt zich vragen over de jachtige maatschappij. Door Corona werd de ratrace tijdelijk stopgezet. Sommigen verlangen terug naar de rust die Corona  in hun leven gebracht heeft.  Ze hebben gezien dat het ook anders kan en zoeken de echte zin van het leven.

Niet op mijn bord!

Op 4 juni luisterde ik naar het nieuws op Radio 1. De uitbater van een horecagroothandel wordt geïnterviewd en heeft het over bevoorradingsproblemen voor de horeca die op maandag 8 juni heropstart. De groothandel geraakt aan geen Zuid-Amerikaans vlees om zijn klanten in de horeca te bevoorraden!

En dan stel ik mij oprecht de vraag: hebben we behoefte aan Zuid-Amerikaans vlees? Willen we echt steak uit Brazilië,  Paraguay, Argentinië of Uruguay op ons bord?

Ik wil hier geen discussie starten over het al dan niet eten van vlees. Ik wil alleen mijn verwondering uitdrukken over het feit dat wij een basisproduct zoals vlees importeren uit de andere kant van de wereld. Deze handel heeft een enorme omvang. In de periode 1990-2004 importeerden de Europese lidstaten ongeveer drie miljoen ton rundvlees uit vier Zuid-Amerikaanse landen: Argentinië, Brazilië, Uruguay en Chili.

Zijn we de Corona-crisis nu al vergeten? Velen onder ons (her)ontdekten de korte keten. Wie graag vlees eet, ontdekte de hoeveslagerij. Voor wie zich moeilijk kon verplaatsen werd dat vlees bovendien ook nog aan huis gebracht door de uitbater van de hoeveslagerij.

Iedereen was maar al te blij om zich dicht bij huis te kunnen bevoorraden. Het gaf een goed en veilig gevoel om lokaal te kunnen kopen.

Tijdens de lockdown beseften we dat we ons op voedingsvlak geen zorgen moeten maken in België. Op geen enkel ogenblik is de aanvoer van basisproducten stilgevallen. Alleen de aanvoer van Zuid-Amerikaans vlees is blijkbaar moeilijk.

Onze economie werd tijdens de voorbije crisis zwaar getroffen. De gevolgen hiervan zullen we nog jaren voelen. Het is nu alle hens aan dek om de economie te laten herleven. Dit doen we onder andere door lokale producten te kopen, want wij zijn de economie! Het zijn niet de Zuid-Amerikaanse producenten die onze sociale zekerheid en economie zullen doen floreren.

Lokale producenten gebruiken overwegend eigen grondstoffen of materialen uit de lokale omgeving om hun producten te ontwikkelen. Daardoor is deze productie ook duurzaam en beter voor het milieu.

Onze boeren kweken kwaliteitsvol en lekker vlees. Bovendien is dit vlees volledig traceerbaar. Ons land staat aan de absolute wereldtop op het vlak van integrale ketenbewaking (IKB) en integrale kwaliteitszorg (IKZ). Door een  instantie als het FAVV is de kwaliteit van ons eten gewaarborgd. In landen buiten Europa gelden er andere normen voor voedselveiligheid en is er vaak een minder strikte controle.

Een mens vergeet snel

Tijdens de Corona-crisis gingen we alles anders doen. We waren van plan om duurzamer te leven en lokaal te kopen. En wat doen we dan? We importeren zoals voorheen (vaak minderwaardige) producten uit het buitenland.

Wat we zelf doen doen we vaak beter. Of zijn we de historie met de mondmaskers al vergeten?