Rond nieuwjaar doken de eerste berichten over Corona op. Door een nieuw virus sloot de Chinese overheid mensen op in hun huizen. Wat er gebeurde in  het oosten was ver van ons bed; we lieten er onze slaap niet voor. In ons land kabbelde het leven gezapig voort. De winter was niet te streng geweest en we keken al uit naar de lente.

De eerste Belgische patiënt met Corona, een reiziger uit China,  bleek geen ziekteverschijnselen  te vertonen. Wat eerst nog leek mee te vallen, eindigde snel in een ware nachtmerrie. Na de terugkeer eind februari van skitoeristen uit besmette gebieden ging de doos van Pandora open. Ook bij ons stierven nu mensen aan het virus. De taferelen uit de (buitenslandse) ziekenhuizen waren apocalyptisch. 

Na  13 maart was ons land in een staat van oorlog tegen een onzichtbare vijand. Politici en wetenschappers zagen maar één manier om de vijand te verslaan: het openbare en economische leven totaal stilleggen.

We stonden stil en het werd stil. Even voordien had de zon terrastafeltjes buiten laten zetten. Mensen genoten van/in het zonnetje.
De uitbundigheid van de lente werd in de kiem gesmoord. Terrastafels die amper geproefd hadden van de eerste zonnestralen werden achter slot en grendel gezet.

Ons territorium kromp van de wereld tot onze huiskamer. Huiskamers werden multifunctioneel:  een mengeling van coworking plaats, vergaderruimte, leslokaal, virtuele bar voor vrienden en familie.

Doordat veel plannen in het water vielen, brachten we veel tijd door met onszelf. En dan werd al eens een balans opgemaakt van het leven voor en na Corona. Vaak was daar de prangende vraag: “Willen we terug naar het leven voor Corona?”.

Tijdens Corona keerden we terug naar de basisbehoeften. De meesten onder ons snakten naar simpele dingen. Het verlangen om eens binnen te springen bij (klein)kinderen, vrienden of familie. We namen tijd voor een rustig ontbijt met onze kinderen in plaats van snel iets te eten in de auto tijdens de ochtendfile. We kookten lekkere maaltijden samen met onze kinderen.

We genoten van de verbondenheid met anderen. Er ontstonden talloze mooie initiatieven: artiesten gaven online optredens, buren organiseerden aperitiefmomenten op de oprit, mensen praatten spontaan met onbekende wandelaars, kinderen maakten vlaggen voor de helden in de zorg.

De Corona-crisis was voor velen een brutale confrontatie met de eindigheid van het leven. Het gevoel dat het leven maakbaar is kreeg een fikse knauw. We hadden net als Icarus het gevoel dat alles kon.  We vliegen naar de maan en terug. Elon Musk lanceert een satelliettrein. Er staat geen limiet op de vooruitgang in de technologie.

De vooruitgang zorgde ook voor materiële welvaart. De meeste westerlingen leven in een comfortabele materiële situatie. De bomen reiken tot aan de hemel: een weekendje New York, een goedkoop vliegtuigticket voor een city trip. Het is zo vanzelfsprekend. We belonen onszelf graag, want we werken er immers hard genoeg voor.

Nu de situatie enigszins onder controle is, ruimen we de puinhoop die Corona gemaakt heeft. Onze huizen zijn overeind gebleven, maar de fundamenten onder ons bestaan zijn onderuit gehaald. Gelukkig bleef net als bij Pandora de hoop over. Hoop dat dit zou voorbijgaan.

Corona heeft veel verdriet gebracht. Nu het post-Corona leven opstart, begint voor sommigen pas het rouwen om de overledenen.

Wie geen doden te betreuren heeft, stelt zich vragen over de jachtige maatschappij. Door Corona werd de ratrace tijdelijk stopgezet. Sommigen verlangen terug naar de rust die Corona  in hun leven gebracht heeft.  Ze hebben gezien dat het ook anders kan en zoeken de echte zin van het leven.