“Geef mij een steunpunt en ik verplaats de aarde”

Ik volgde op 14 oktober een webinar van professor Albrecht naar aanleiding van zijn boek: “Investeren in een gezonde levensstijl. Op weg naar een activerend preventiebeleid”.

In mijn diëtistenpraktijk zie ik dagelijks het verband tussen voeding en gezondheid. Voeding heeft een grote invloed op een aantal aandoeningen. Door anders te gaan eten, opent zich vaak een nieuwe wereld met een nieuwe levensstijl. Mensen voelen zich beter en kunnen eten zonder zorgen.

Ik was nieuwsgierig hoe iemand met een economische achtergrond het begrip levensstijl benadert. In onderstaande blog geef ik een verslag van de webinar. Je krijgt ook enkele bedenkingen die ik maak over de visie van de professor.

Investeren en rendement

Professor Albrecht is econoom aan de UGent en  bekijkt gezondheid vanuit economisch standpunt. Hij bekijkt de wereld en de gezondheidszorg in termen van investering en rendement.

De professor richt zijn aandacht vooral op de chronische aandoeningen die horen bij onze westerse levensstijl: diabetes type 2, hoge cholesterol, aderverkalking …

Hij becijferde in zijn boek het rendement van een gezonde levensstijl. De cijfers spreken voor zich:

  • Het risico op chronische aandoeningen vermindert met 70 tot 80 %.
  • Het risico op hart- en vaatziekten daalt met 90 tot 94 %.

Levensstijl versus medicatie bij welvaartsaandoeningen

We weten uit diverse studies dat bij chronische ziekten (diabetes, overgewicht, hoge bloedruk) de levensstijl vaak aan de basis ligt van de aandoening. Vaak is een pilletje gemakkelijker dan de levensstijl aan te passen.

Pillen lijken een simpele oplossing, maar ze hebben ook bijwerkingen waardoor de kwetsbaarheid voor andere aandoeningen kan toenemen. Professor Albrecht verwijst naar de link tussen diabetesmedicatie en medicatie tegen hoge bloedruk en een extra gevoeligheid voor het oplopen van het virus Covid-19.  Deze link is ook aangetoond tijdens de SARS-epidemie.

Professor Albrecht stelt voor om onze immuniteit te versterken door een gezonde levensstijl die rust op de volgende pijlers: volwaardige voeding, stress beperken, voldoende beweging en verstandig omgaan met alcohol.

Individueel gezondheidsbudget

De kernboodschap in het boek is: geef de mensen een individueel gezondheidsbudget om aan preventie te doen.

Indien de aandoening reeds tot uiting is gekomen:  laat de mensen de keuze om hun levensstijl aan te passen waardoor de aandoening kan genezen worden.  Hij verwijst naar de Heart Lifestyle Trial. Door een gezonde levensstijl kan je bij mensen met aderverkalking de gevolgen van de ziekte terugdringen.

Met een individueel gezondheidsbudget kan iedereen levensstijladvies inkopen om aan preventie te doen of om curatief te werken. De professor stelt voor dat de dokter bij vb. chronische welvaartsziekten eerst het gezondheidsbudget activeert in plaats van een pilletje te geven.

Door dit individueel gezondheidsbudget investeert het individu in zijn gezondheid zonder dat hij zijn persoonlijke geldmiddelen moet aanspreken.

Dit budget moet voor iedereen toegankelijk zijn en moet op maat van elke burger zijn. Sommige mensen hebben nood aan individuele begeleiding, voor anderen werken groepssessies beter. Nog anderen hebben nood aan begeleiding thuis.

Door het gezondheidsbudget verschuift de winst van de preventie naar het individu. Momenteel is het zo dat de opbrengsten voor preventie voor de overheid zijn. De overheid maakt minder kosten voor gezondheidsuitgaven (denk aan de besparing van 9,5 miljard). De lasten zijn voor het individu (kosten voor abonnement fitness, sportclub, advies gezonde levensstijl, …)

Uitgaven gezondheidszorg beheersen

Waarom zouden we als maatschappij de focus leggen op preventie door een gezonde levensstijl?  Momenteel gaat 35 % van het totale gezondheidszorgbudget naar chronische aandoeningen die relatief eenvoudig te vermijden zijn. Dit cijfer zal verder oplopen en zal een hypotheek leggen op onze welvaart.

Ik zocht de cijfers voor het gezondheidsbudget voor 2020 op. Dit budget bedraagt 27 miljard euro. Dit wil zeggen dat er jaarlijks minstens 9,45 miljard euro kan bespaard worden door preventie.

Ik maakte me bovendien de bedenking dat we met het uitgespaarde geld duur onderzoek zullen kunnen financieren naar aandoeningen die moeilijk of nog niet  te behandelen zijn.

Punt van kritiek op het boek

Voor het luik voeding vergeet de professor een hoofdrolspeler te vermelden: de diëtist.  De diëtist is de enige erkende paramedicus met een wetenschappelijke opleiding over de relatie tussen  voeding en ziekte. De diëtist kent de wetenschappelijke achtergrond van chronische aandoeningen.

Aanpassen levensstijl: vraag raad aan je diëtist

Elk individu is anders, dus iedereen heeft nood aan een persoonlijk aanpak.

Ben je bang om iets te veranderen aan je levensstijl? De tijd dat de diëtist je strenge dieetregels oplegde is voorbij. Het is niet realistisch om jarenlange gewoontes zomaar te veranderen. Een aanpassing van je levensstijl vraagt tijd en gebeurt stap voor stap.

In mijn diëtistenpraktijk leer je anders eten met de focus op lekker eten. Je leert waarom je bepaalde voedingskeuzes maakt. Je rekent ook af met valkuilen zoals emotioneel eten. Indien je begeleid wordt door een diëtist boek je meer succes in het veranderen van je levensstijl.
Door de tips en de begeleiding van de diëtist leer je hoe je veranderingen in je voeding blijvend kunt maken. Zodat de resultaten ook blijvend zijn.

Een minieme aanpassing in je levensstijl werkt vaak als een hefboom; met kleine ingrepen in je voeding kan je vaak grote resultaten bereiken. Denk daarbij aan de werking van de hefboom. Dit principe komt van Archimedes. Hij berekende hoe hij met een simpele hefboom de aarde zou kunnen optillen. Hij vertelde zijn landgenoten “Geef mij een steunpunt en ik verplaats de aarde.”

Na Corona

Rond nieuwjaar doken de eerste berichten over Corona op. Door een nieuw virus sloot de Chinese overheid mensen op in hun huizen. Wat er gebeurde in  het oosten was ver van ons bed; we lieten er onze slaap niet voor. In ons land kabbelde het leven gezapig voort. De winter was niet te streng geweest en we keken al uit naar de lente.

De eerste Belgische patiënt met Corona, een reiziger uit China,  bleek geen ziekteverschijnselen  te vertonen. Wat eerst nog leek mee te vallen, eindigde snel in een ware nachtmerrie. Na de terugkeer eind februari van skitoeristen uit besmette gebieden ging de doos van Pandora open. Ook bij ons stierven nu mensen aan het virus. De taferelen uit de (buitenslandse) ziekenhuizen waren apocalyptisch. 

Na  13 maart was ons land in een staat van oorlog tegen een onzichtbare vijand. Politici en wetenschappers zagen maar één manier om de vijand te verslaan: het openbare en economische leven totaal stilleggen.

We stonden stil en het werd stil. Even voordien had de zon terrastafeltjes buiten laten zetten. Mensen genoten van/in het zonnetje.
De uitbundigheid van de lente werd in de kiem gesmoord. Terrastafels die amper geproefd hadden van de eerste zonnestralen werden achter slot en grendel gezet.

Ons territorium kromp van de wereld tot onze huiskamer. Huiskamers werden multifunctioneel:  een mengeling van coworking plaats, vergaderruimte, leslokaal, virtuele bar voor vrienden en familie.

Doordat veel plannen in het water vielen, brachten we veel tijd door met onszelf. En dan werd al eens een balans opgemaakt van het leven voor en na Corona. Vaak was daar de prangende vraag: “Willen we terug naar het leven voor Corona?”.

Tijdens Corona keerden we terug naar de basisbehoeften. De meesten onder ons snakten naar simpele dingen. Het verlangen om eens binnen te springen bij (klein)kinderen, vrienden of familie. We namen tijd voor een rustig ontbijt met onze kinderen in plaats van snel iets te eten in de auto tijdens de ochtendfile. We kookten lekkere maaltijden samen met onze kinderen.

We genoten van de verbondenheid met anderen. Er ontstonden talloze mooie initiatieven: artiesten gaven online optredens, buren organiseerden aperitiefmomenten op de oprit, mensen praatten spontaan met onbekende wandelaars, kinderen maakten vlaggen voor de helden in de zorg.

De Corona-crisis was voor velen een brutale confrontatie met de eindigheid van het leven. Het gevoel dat het leven maakbaar is kreeg een fikse knauw. We hadden net als Icarus het gevoel dat alles kon.  We vliegen naar de maan en terug. Elon Musk lanceert een satelliettrein. Er staat geen limiet op de vooruitgang in de technologie.

De vooruitgang zorgde ook voor materiële welvaart. De meeste westerlingen leven in een comfortabele materiële situatie. De bomen reiken tot aan de hemel: een weekendje New York, een goedkoop vliegtuigticket voor een city trip. Het is zo vanzelfsprekend. We belonen onszelf graag, want we werken er immers hard genoeg voor.

Nu de situatie enigszins onder controle is, ruimen we de puinhoop die Corona gemaakt heeft. Onze huizen zijn overeind gebleven, maar de fundamenten onder ons bestaan zijn onderuit gehaald. Gelukkig bleef net als bij Pandora de hoop over. Hoop dat dit zou voorbijgaan.

Corona heeft veel verdriet gebracht. Nu het post-Corona leven opstart, begint voor sommigen pas het rouwen om de overledenen.

Wie geen doden te betreuren heeft, stelt zich vragen over de jachtige maatschappij. Door Corona werd de ratrace tijdelijk stopgezet. Sommigen verlangen terug naar de rust die Corona  in hun leven gebracht heeft.  Ze hebben gezien dat het ook anders kan en zoeken de echte zin van het leven.

Niet op mijn bord!

Op 4 juni luisterde ik naar het nieuws op Radio 1. De uitbater van een horecagroothandel wordt geïnterviewd en heeft het over bevoorradingsproblemen voor de horeca die op maandag 8 juni heropstart. De groothandel geraakt aan geen Zuid-Amerikaans vlees om zijn klanten in de horeca te bevoorraden!

En dan stel ik mij oprecht de vraag: hebben we behoefte aan Zuid-Amerikaans vlees? Willen we echt steak uit Brazilië,  Paraguay, Argentinië of Uruguay op ons bord?

Ik wil hier geen discussie starten over het al dan niet eten van vlees. Ik wil alleen mijn verwondering uitdrukken over het feit dat wij een basisproduct zoals vlees importeren uit de andere kant van de wereld. Deze handel heeft een enorme omvang. In de periode 1990-2004 importeerden de Europese lidstaten ongeveer drie miljoen ton rundvlees uit vier Zuid-Amerikaanse landen: Argentinië, Brazilië, Uruguay en Chili.

Zijn we de Corona-crisis nu al vergeten? Velen onder ons (her)ontdekten de korte keten. Wie graag vlees eet, ontdekte de hoeveslagerij. Voor wie zich moeilijk kon verplaatsen werd dat vlees bovendien ook nog aan huis gebracht door de uitbater van de hoeveslagerij.

Iedereen was maar al te blij om zich dicht bij huis te kunnen bevoorraden. Het gaf een goed en veilig gevoel om lokaal te kunnen kopen.

Tijdens de lockdown beseften we dat we ons op voedingsvlak geen zorgen moeten maken in België. Op geen enkel ogenblik is de aanvoer van basisproducten stilgevallen. Alleen de aanvoer van Zuid-Amerikaans vlees is blijkbaar moeilijk.

Onze economie werd tijdens de voorbije crisis zwaar getroffen. De gevolgen hiervan zullen we nog jaren voelen. Het is nu alle hens aan dek om de economie te laten herleven. Dit doen we onder andere door lokale producten te kopen, want wij zijn de economie! Het zijn niet de Zuid-Amerikaanse producenten die onze sociale zekerheid en economie zullen doen floreren.

Lokale producenten gebruiken overwegend eigen grondstoffen of materialen uit de lokale omgeving om hun producten te ontwikkelen. Daardoor is deze productie ook duurzaam en beter voor het milieu.

Onze boeren kweken kwaliteitsvol en lekker vlees. Bovendien is dit vlees volledig traceerbaar. Ons land staat aan de absolute wereldtop op het vlak van integrale ketenbewaking (IKB) en integrale kwaliteitszorg (IKZ). Door een  instantie als het FAVV is de kwaliteit van ons eten gewaarborgd. In landen buiten Europa gelden er andere normen voor voedselveiligheid en is er vaak een minder strikte controle.

Een mens vergeet snel

Tijdens de Corona-crisis gingen we alles anders doen. We waren van plan om duurzamer te leven en lokaal te kopen. En wat doen we dan? We importeren zoals voorheen (vaak minderwaardige) producten uit het buitenland.

Wat we zelf doen doen we vaak beter. Of zijn we de historie met de mondmaskers al vergeten?

April afsluiter

De laatste dag van april 2020. Een maand vol zonneschijn, maar met een donkere ondertoon.
De bloesems en de bloemen zijn teruggekeerd, maar in het hart van veel mensen is het nog altijd winter.
T.S. Eliot beschreef dit gevoel in een literair meesterwerk uit 1922: “The waste land”.
Het was verplichte lectuur tijdens mijn studietijd in Gent, maar de schoonheid van de zinnen van Eliot is me altijd bijgebleven.

Over stilstaan en bewegen

Vaak geef ik als diëtist het advies om extra te bewegen. Wat bedoel ik daar nu mee? Een goede leidraad vind je in de aanbevelingen van de bewegingsdriehoek (het broertje van de voedingsdriehoek).

Ideaal is een goede afwisseling tussen zitten, staan en bewegen. Hoe je dat aanpakt zie je in dit fimpje van het Vlaams Instituut Gezond Leven.

De tegenstelling stilstaan-bewegen inspireerde me ook tot een haiku.

Earl Grey en een haiku

Earl Grey is mijn favoriete thee. Ik drink hem graag in een glazen theeglas zodat ik de mooie gouden kleur kan bewonderen. De thee inspireerde mij ook om een haiku te schrijven.

Earl Grey is een zwarte thee, genoemd naar een graaf (earl) Charles Grey (1764-1845) die een Britse Eerste Minister was. Earl Grey is een samenstelling van zwarte thee die aromatisch op smaak gebracht wordt met bergamotolie. Deze olie komt uit de schil van de vruchten van de citrusachtige bergamotplant.

De citrussmaak van de bergamotolie wordt nog sterker door de thee te serveren met een schijfje citroen.

Er bestaan ook varianten waaraan lavendel of oranjebloesem toegevoegd wordt: de Lady Grey. Deze varianten zijn zachter van smaak.