Een kerstvertelling

Een kerstvertelling

Over soep, brood en een onverwacht cadeau

Mila had een hekel aan het theater van licht en vrede dat men kerst noemt.

Het begon toen ze tien was.

 

Toen ze tien was

Wekenlang had ze verlangend gekeken naar de pakjes onder de kerstboom.

Op kerstavond: ruzie! Deze keer met de hele familie erbij. Mila schaamde zich voor haar ouders die mekaar verwensingen toeschreeuwden.

Haar grootouders probeerden haar ouders tevergeefs te kalmeren. Uiteindelijk vertrok iedereen, nog voor de hoofdschotel. Mila werd, zoals bij elke ruzie, naar haar kamer gestuurd. Daar zat ze bang te wachten tot het stil werd in huis.

De dagen nadien lagen de cadeautjes nog altijd onaangeroerd. Ze durfde er niet naar vragen. Bang dat haar moeder opnieuw zou beginnen tieren.

Toen ze alleen ging wonen, deed ze niets met kerst. Zij wilde een stille kerst.

 

Bakker Bert

Midden november gebeurde er iets dat haar aan het denken zette.

Ze leest in de krant dat een man in zijn appartement gevonden is. Dood. De politieman die de eerste vaststellingen deed, verklaarde aan een journalist dat de kerstlichtjes van vorig jaar nog brandden. Al die tijd had niemand de man gemist.

Die zinnen blijven in haar hoofd spoken. Ze herkent de eenzaamheid, het verlangen naar warmte die als een weerhaak onder haar vel zit en elk jaar dieper snijdt.

De week voor kerstavond hangt Mila een briefje op het prikbord van Bakker Bert:

 
Wie met kerstavond niet weet waar naartoe,
is welkom aan mijn tafel.
Verwacht geen kalkoen, cadeaus of kerstversiering.
Er is wel soep en brood.
 

Soep en brood

Op kerstavond begint het, zoals in elk goed kerstverhaal, te sneeuwen. Het lijkt alsof de huizen, de straten en de bomen overdekt worden met een laagje poedersuiker.

De eerste die bij Mila aanklopt is een vrouw, goed ingeduffeld in een grote wollen sjaal. Midden de dertig, schat ze haar in. “Anna”, stelt de vrouw zich voor.

“Welkom. Je bent mijn eerste gast.”

De vrouw zit pas aan tafel of er wordt opnieuw aangeklopt. Dit keer is het een man die zegt dat hij Lucas heet.

Mila begeleidt Lucas naar de huiskamer en stelt beide gasten aan mekaar voor.

Ze zitten aan de ronde tafel voor het grote raam met zicht op de besneeuwde tuin. In het midden van die tafel een brandende kaars, een mandje brood, enkele soepborden en wat bestek.

Over het tuinpad nadert iemand het huis. Zodra Mila de deur opent, stapt een jong meisje gehaast naar binnen en vraagt of er nog eten is, want ze heeft honger. Ze zit amper neer of ze propt al een stuk brood in haar mond.

Mila stelt Lucas en Anna voor aan het meisje en vraagt wie zij is.

“Fee”, antwoordt het meisje.

Terwijl Mila de champignonsoep opschept, vult het aroma van verse peterselie en gebakken champignons de kamer.

Anna bedankt Mila voor de uitnodiging. Het briefje op het prikbord bij Bakker Bert had haar erg aangesproken, omdat het eenvoudige ritueel van soep en brood haar een gevoel van warmte gaf. Eindejaar was tijdens haar huwelijk een periode van recepties, grote feesten en dure cadeaus.

De rest van het jaar was niet veel beter; haar man raasde als een wervelwind door het leven, altijd bezig met nieuwe plannen. Weekendjes, etentjes, steden, mensen, lawaai.

Ze hadden een gevuld leven, maar zij voelde zich leeg. In al die drukte was ze zichzelf kwijtgeraakt. Zij verlangde naar rust; een gezin, kinderen, maar hij wilde de wereld zien.

Begin dit jaar was ze na tien jaar bij hem weggegaan.

Lucas vertelt dat de kerstperiode voor hem een moeilijke periode is, omdat zijn vrouw, Linda, zoveel van kerst hield. Ze begon eraan midden november. Net als iedereen was ze gestart met één verlichte kerstboom en een rendier in de tuin. Op een gegeven moment bouwde ze een volledig kerstdorp met huisjes met rokende schoorstenen, een oliebollenkraam en zelfs een echt draaiend reuzenrad. Mensen kwamen van heinde en verre om naar het kerstdorp in hun tuin te kijken.

Nadien had hij zich op zijn werk gestort. Hij had nooit meer iets gevierd. Hij kon die  lege stoel aan tafel niet verdragen. Na de dood van Linda was de hartslag  uit zijn huis verdwenen.

Deze week stond hij aan te schuiven bij de bakker. Een massa volk. Kerstbestellingen. Tijdens het wachten, las hij het briefje op het prikbord. De etalage lag vol kerststronken. Het water kwam hem in de mond bij de herinnering aan de kerststronk die Linda elk jaar bakte. Die dag kocht hij alleen een brood. Wat moet een man alleen met een volledige kerststronk?

Hij stapte naar de auto  met dat brood toen er iets gebeurde. Linda’s stem klonk, zo duidelijk alsof ze vlak tegen  hem zat: “Lucas, daar moet je heen. Het zal je goed doen.”

Sedertdien was er nog  iets veranderd.

Vijf jaar lang was zijn verdriet zwart geweest. Hij kon er niet doorheen kijken.

Nadat hij de stem van Linda gehoord had was het donkerblauw, met streepjes wit.

Als Lucas zwijgt, valt er een stilte. 

Fee heeft intussen flink gegeten: al het brood is op en ze heeft al enkele keren soep bijgeschept.

Zij heeft geen familie.
Ze was als baby achtergelaten in een vondelingenschuif en later in een instelling terechtgekomen.

Met kerst was het het ergst.
Voor haar kwam er nooit iemand.

Deze week was ze opnieuw weggelopen.
Ze had buiten geslapen, in bushokjes, bij iemand die ze kende van op school.

Gisteren had ze bij de bakker met haar laatste geld een sandwich gekocht.

Toen ze het briefje zag, dacht ze: “Hoe zou het voelen om eens in een echt huis aan tafel te zitten? Als niemand mij zoekt, dan zoek ik wel iemand.”

Fee kijkt naar Mila en vraagt of ze na het eten de zetel mag blijven slapen? Pas morgenvroeg vertrekken. Dan is de ergste kou buiten weg.

Anna neemt Fee’s hand vast. “Als je wil, neem ik je mee naar mijn huis. Ik heb genoeg lege kamers voor al die kinderen die er nooit gekomen zijn. Je hebt iemand gevonden. Je mag blijven zolang je wil.”

 

Na de sneeuw

Die kerstnacht zaten ze daar met zijn vieren: zonder kerstboom, zonder kerstkalkoen, zonder cadeaus.

De kaars brandde;

De soep dampte.

Ze aten brood.

De sneeuw bleef vallen en bedekte alle huizen en bomen met een dikke, glinsterende laag.

Wie binnenkeek zou een gelukkig gezin zien.

Geen vier vreemdelingen die door het toeval pas enkele uren eerder samengebracht waren.

Die avond vertrekt Fee met Anna. De dagen nadien komt Mila er vaak over de vloer. Anna wil graag pleegouder worden en handelt samen met Mila de papierwinkel af.

Lucas leeft zich intussen uit met het inrichten van Fees kamer bij Anna. Hij schildert, behangt, monteert nieuwe meubels en hangt vrolijke gordijnen op. Het wordt een echt tienerparadijs.

De weken nadien blijft Lucas bij Anna en Fee over de vloer komen. Ze eten vaak samen ’s avonds. Fee verdwijnt na het eten naar haar kamer om er te genieten van die mooie, nieuwe spulletjes helemaal voor haar alleen. Lucas en Anna blijven aan tafel zitten, vaak stilletjes, maar het is een warme stilte.

Op een avond, ergens begin maart, zegt Lucas tegen Anna dat het vreemd is: zijn verdriet is nog maar eens van kleur veranderd.

Oranje.
Zoals de lucht vlak voor zonsopgang.

Eind december hangt Mila opnieuw een kaartje op het prikbord bij bakker Bert:

 
Op kerstavond
stond de tafel gedekt voor vier.
Er was nog een stoeltje vrij.
Toen kwam jij.

Welkom Clara!

Dochtertje van Anna en Lucas.
Zusje van Fee.
Metekindje van Mila.
 

Misschien ligt de echte betekenis van kerst in de warmte van verbondenheid.
Misschien is dat het mooiste cadeau dat we elkaar kunnen geven!